In 2017 kreeg het OCMW Diest de vraag van de gemeente Bekkevoort tot overdracht van de percelen kadastraal gekend als Bekkevoort, 2° afd. (Assent), sectie F, nrs. 222a, 223a en 223b in het kader van het openbaar nut naar aanleiding van het RUP 'Kerkveld' dat in opmaak was. Er werd een dossier opgestart. In onderling akkoord met de gemeente Bekkevoort keurde het Bijzonder Comité voor Patrimonium & Projecten van 29 mei 2018 deze overdracht goed. Na herschatting zijn de voorwaarden als volgt:
In het schattingsverslag staat een vermelding van een toekomstige meerwaarde. Vergelijkbaar aan de bepalingen uit het onteigeningsdecreet mag er bij de waardebepaling in het geval van een overdracht in het algemeen nut geen rekening worden gehouden met de toekomstige bestemming van het perceel. Er geldt een vrijstelling van de planbatenheffing.
De percelen werden door het OCMW verpacht, doch de gemeente Bekkevoort bekwam een akkoord van de pachter om deze overeenkomst minnelijk te beëindigen. Inmiddels is het RUP gefinaliseerd en bezorgde notariskantoor Timmermans, Meuris & Claes de ontwerpakte.
-De beslissing van het Bijzonder Comité voor het patrimonium en projecten, in de zitting van 29 mei 2018, betreffende de bespreking van de schenking van de kapel te Bekkevoort, 2de afdeling, (Assent), sectie F, nr. 223b en de verkoop van de percelen met nrs. 222a en 223b aan de gemeente Bekkevoort.
-De beslissing van het vast bureau, in de zitting van 30 maart 2020, betreffende de principiële goedkeuring van de herschatting van de percelen Bekkevoort, 2de afdeling (Assent), sectie F, nr. 223b, 222a en 223a.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord met de verkoop van de percelen gelegen te Bekkevoort, 2de afdeling (Assent), sectie F, nrs. 222a (45a00ca) aan schattingswaarde 16.000,00 EUR en 223a (61a63ca) aan schattingswaarde 28.000,00 EUR en de gratis overdracht van perceel 223b, mits restauratie van het kapelletje, aan de gemeente Bekkevoort in het kader van het algemeen nut.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord met de ontwerpakte.
Stad en OCMW Diest waren tot 31/12/2021 aangesloten bij de groepsverzekering die na bemiddeling van de VVSG, aangeboden werd door Ethias en Belfius Insurance voor het toekennen van een tweede pensioenpijler aan de contractuele personeelsleden. Deze verzekeraars hebben de lopende groepsverzekeringsovereenkomst per 1 januari 2022 evenwel opgezegd. Hierdoor moet er een alternatief gezocht worden.
Het bestuur wilt de pensioenkloof tussen haar statutair personeel en contractueel personeel verkleinen en voorziet bijgevolg in een tweede pensioenpijler voor de totaliteit van haar contractueel personeel.
Tot op heden was het OCMW aangesloten bij de groepsverzekering die na bemiddeling van de VVSG, aangeboden werd door Ethias en Belfius Insurance. Deze verzekeraars hebben in juni 2021 de lopende groepsverzekeringsovereenkomst per 1 januari 2022 opgezegd.
Het bestuur heeft voor het voorzien in een tweede pensioenpijler de keuze tussen enerzijds een overheidsopdracht voor een groepsverzekering bij een verzekeraar en anderzijds het aansluiten bij een instelling voor bedrijfspensioen-voorziening (pensioenfonds).
Na onderhandelingen met de VVSG, werd OFP PROVANT omgevormd tot OFP PROLOCUS (een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening met ondernemingsnummer 0809.537 155), een pensioenfonds waarbij alle lokale besturen van het Vlaamse Gewest kunnen toetreden.
Door de toetreding bij een IBP (= instelling voor bedrijfspensioenvoorziening) is het bestuur meer betrokken bij het beheer van zijn pensioenfinanciering. In tegenstelling tot een groepsverzekering vaardigt het bestuur een vertegenwoordiger af in de algemene vergadering van OFP PROLOCUS en heeft naast controlebevoegdheid ook de mogelijkheid om – indien nodig - punten op de agenda van de algemene vergadering te zetten. In tegenstelling tot een groepsverzekering streeft een IBP geen winsten na ten voordele van de organisatie zelf.
Een IBP heeft ruime beleggingsmogelijkheden, zodat een ruimer rendement mogelijk is dan in een tak 21 verzekering, zonder dat dit enige garantie inhoudt.
Het OCMW kan toetreden tot OFP PROLOCUS zonder overheidsopdracht vermits aan de voorwaarden van een in house opdracht voldaan zijn. Het bestuur oefent immers ten eerste via de algemene vergadering waar ze lid van wordt, toezicht uit op OFP PROLOCUS zoals op haar eigen diensten. Ten tweede behelst meer dan 80% van de activiteiten van de OFP PROLOCUS de uitvoering van takendie hem zijn toegewezen door de controlerende overheden, nl. het voorzien in aanvullende pensioenen voor lokale en provinciale besturen. Er is, ten derde, geen directe participatie van privékapitaal in de OFP PROLOCUS en ten vierde is OFP PROLOCUS zelf onderworpen aan de wetgeving op de overheidsopdrachten.
OFP PROLOCUS zal, in het verlengde van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, zwaar inzetten op het duurzaam karakter van zijn beleggingen.
Het aanbod van OFP PROLOCUS vereist, net zoals de groepsverzekering die tot eind 2021 werd aangehouden bij Ethias en Belfius Insurance geen werknemersbijdragen en voorziet in een overlijdensdekking en een kapitaalsuitkering.
Er bestaat de mogelijkheid van een zogeheten “steprate” bijdrage. Dat wil zeggen dat het mogelijk is om op het gedeelte van het loon dat boven het maximumplafond voor de berekening van het wettelijke pensioen uitkomt, een hogere toezegging te doen om zo het verschil tussen een statutair pensioen en een wettelijk pensioen verder te verkleinen.
Er bestaan drie soorten pensioenplannen (defined benefit of vaste prestaties, cash balance en defined contribution of vaste bijdragen). De voorgestelde formule is een vastebijdragenplan. In dit plan belooft de werkgever een bepaalde bijdrage (een bijdrage uitgedrukt als een percentage van het aan de RSZ onderworpen brutoloon) te betalen zonder vastgesteld rendement;. De behaalde rendementen worden toegekend conform het kaderreglement.
Het bestuur moet minimum de vastgestelde bijdrage betalen. Wanneer het wettelijk minimumrendement niet behaald wordt, zal het bestuur bijkomende bijdragen moeten betalen. In elk geval moet voor de aangeslotenen het wettelijk minimum rendement (momenteel 1,75% voor actieve aangeslotenen[1], 0% voor passieve aangeslotenen[2]) behaald worden.
Het bestuur voorziet als bijkomende veiligheid de eerste vijf jaar, bovenop de middelen nodig voor de pensioentoezegging, in een extra prefinanciering van 5 % om zo de kans op het betalen van bijkomende bijdragen te verkleinen. Deze prefinanciering blijft ter beschikking van het bestuur ter financiering van latere bijdragen.
Het bestuur kan met andere rechtspersonen waarmee ze nauwe banden heeft (AGB’s, OCMW) een MIPS-Groep vormen. Binnen een MIPS-groep is interne mobiliteit voor het personeel zonder dat dit gevolgen heeft voor de pensioentoezegging van het personeelslid. Binnen een MIPS-groep speelt een onderlinge solidariteit.
De kosten voor de werking van OFP PROLOCUS voor 2022 worden forfaitair vastgelegd op 1000 euro per jaar per werkgever en 10 euro per jaar per aangeslotene. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd tot en met 2024. Nadien zal een meer stabiel systeem van kostenvergoeding worden uitgebouwd, gebaseerd op de werkelijke kosten enerzijds en het werkelijke aantal aangesloten besturen en medewerkers anderzijds.
De intentie werd geuit om met volgende entiteiten een MIPS-groep te vormen: stad Diest en OCMW Diest om de interne mobiliteit van het personeel tussen beiden entiteiten te bevorderen.
Op basis van het financieringsplan zullen de verschuldigde bijdragen en kosten voor het functioneren van OFP PROLOCUS ingehouden worden door de RSZ en daarna doorgestort worden aan OFP PROLOCUS.
Er moet een vertegenwoordiger aangeduid worden om het bestuur te vertegenwoordigen in de algemene vergadering van OFP PROLOCUS.
Na de beslissing tot toetreding moet dit aan OFP PROLOCUS meegedeeld worden en de algemene vergadering van OFP PROLOCUS moet de kandidatuur goedkeuren.
[1] Een aangeslotene in dienst van het bestuur
[2] Een aangeslotene die het bestuur verlaten heeft en zijn pensioenreserves in OFP PROLOCUS heeft laten staan.
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 februari 2010 met betrekking tot het aanvullend pensioenstelsel voor de contractuele personeelsleden
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 september 2010 met betrekking tot het aanvullend pensioenstelsel voor de contractuele personeelsleden
Het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2017 met betrekking tot de verhoging van de pensioentoelage van het aanvullend pensioenstelsel voor de contractuele personeelsleden
Het besluit van het vast bureau van 14 maart 2021 met betrekking tot de principiële goedkeuring toetreding tot OFP Proclocus
De statuten, de beheersovereenkomst, het financieringsplan (algemeen luik en specifiek luik VVSG), de Verklaring inzake Beleggingsbeginselen (algemeen luik en specifiek luik VVSG), het Kaderreglement en het bijzonder pensioenreglement, de toetredingsakte
De onderhandelingen in het comité C op 30 maart 2022
Het protocol van akkoord van de vakbonden ACV openbare diensten, ACOD en VSOA, digitale procedure, ontvangen op 28 maart 2022
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om met ingang van 1 januari 2022 toe te treden tot OFP PROLOCUS (Afzonderlijk vermogen VVSG) en neemt kennis van:
De raad voor maatschappelijk welzijn stemt in met het feit dat de door het financieringsplan verschuldigde bijdragen en de kosten voor het functioneren van OFP PROLOCUS zullen worden geïnd door de RSZ in naam en voor rekening van OFP PROLOCUS.
De pensioentoezegging bedraagt 3% van het pensioengevend loon, zoals voorzien in de raadsbeslissing van 14 december 2017.
Het bestuur heeft de intentie om een MIPS-groep te vormen bestaande uit Stad Diest en OCMW Diest.
Mevrouw Vanaudenhove Pascale wordt afgevaardigd als vertegenwoordiger in de algemene vergadering van OFP Prolocus. De heer Vande Reyde Maurits wordt aangeduid als vervanger van voorgaande indien zij niet aanwezig kan zijn.
De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur worden gemachtigd om de noodzakelijke vervolgstappen te nemen voor de uitvoering van voormelde beslissingen.
Naar aanleiding van de coronacrisis besluit de Vlaamse overheid om het digitaal vergaderen ook wettelijk te verankeren in het DLB (decreet lokaal bestuur).Digitaal vergaderen kan voor de raad enkel nog in de uitzonderlijke omstandigheden in het huishoudelijk reglement (HHR). Daarom moet het huishoudelijk reglement worden aangepast.
Doordat de federale fase van de (corona)crisis begin maart 2022 werd opgeheven, primeren de federale regels niet meer, en is een wijziging van het HHR aangewezen. Tot en met eind april, tolereert ABB nog dat er digitaal wordt vergaderd zonder aangepast HHR.
Het huishoudelijk reglement (HHR) van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn (RMW), wordt aangepast op deze punten:
1. Digitaal vergaderen:
Art. 2, §5 en 45, derde lid HHR
Art. 20, derde lid, vierde volzin van het DLB bepaalt:
"Het huishoudelijk reglement bepaalt of de gemeenteraad of de gemeenteraadscommissies, vermeld in artikel 37, digitaal of hybride kunnen vergaderen en de wijze waarop. De gemeenteraad kan enkel digitaal vergaderen onder de uitzonderlijke omstandigheden, vermeld in het huishoudelijk reglement. De gemeenteraad kan enkel hybride vergaderen onder de uitzonderlijke omstandigheden, vermeld in het huishoudelijk reglement. De Vlaamse Regering kan de minimale voorwaarden voor digitale en hybride vergaderingen bepalen."
Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 over de voorwaarden voor digitaal of hybride vergaderen voor de organen van de lokale besturen, bepaalt als voorwaarden onder meer:
Op basis van het addendum van de VVSG wordt voorgesteld om 4 uitzonderlijke omstandigheden voor digitaal vergaderen te op te nemen in het HHR:
De raadscommissies kunnen altijd digitaal vergaderen, hiervoor zijn geen uitzonderlijke omstandigheden vereist.
2. Intrekking van een voorstel
Art. 4 §6 HHR
In het HHR zijn momenteel geen regels voorzien over de intrekking van een voorstel. Naar analogie met art. 113 van het reglement van het Vlaams Parlement (https://www.vlaamsparlement.be/nl/over-ons/het-reglement-van-het-vlaams-parlement#titel8 ), wordt voorgesteld volgende regels over te nemen:
3. Inspraakrecht
Art. 49 HHR
De vzw de Wakkere burger , publiceerde in februari 2022 zijn onderzoeksrapport naar de toepassing van het inspraakrecht in Vlaanderen. Daarbij deed het een aantal suggesties. Deze zijn in Diest echter al grotendeels geïmplementeerd:
Daarom wordt geëxpliciteerd dat een indiener zijn voorstel mag toelichten op de zitting vanaf 300 handtekeningen.
4. Dagelijks bestuur.
(Bijlage A van het HHR)
Het grensbedrag is momenteel wat onzorgvuldig geformuleerd. Voor éénjarige exploitatie uitgaven lijkt de bevoegdheid van het college beperkt tot €84.999 terwijl die voor meerjarige exploitatie uitgaven op €85.000 ligt.
Dit wordt geharmoniseerd op € 85.000
De gemeenteraad keurt het gewijzigde huishoudelijk reglement voor de raad (gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn) goed.
Het besluit van de gemeenteraad van 21 juni 2021 betreffende de goedkeuring van het huishoudelijk reglement raad, wordt opgeheven.