De stad stapte reeds eerder uit de deelwerking IOED (intergemeentelijke onroerend erfgoed dienst) van De Merode. De stad besloot inmiddels om ook uit de twee overige deelwerkingen te stappen.
Sinds 1 december 2020 is de stad Diest aangesloten bij Erfgoedcel De Merode. Het doel van deze bovenlokale samenwerking is ondersteuning krijgen voor de werking rond roerend en immaterieel erfgoed.
Sinds 1 maart 2021 is de Erfgoedcel officieel in werking. De opstart, zijnde het in kaart brengen van het erfgoed binnen de Merode, de kennismaking met de aanwezige erfgoedactoren en het opstellen van een beleid verliep nogal moeizaam. Gedurende het afgelopen jaar werd in feite enkel input en budget van de deelnemende steden en gemeenten gevraagd. De dienst Erfgoed en Museum wachtte het beleid af om te kijken wat de toekomstige return kan zijn.
Na verschillende gesprekken over het te voeren beleid blijkt dat de return zeer beperkt zal zijn. De focus ligt op inventarisatie, wat voor Diest uiteraard belangrijk is, maar De Merode zet eerst in op kleine, beheersbare locaties voor het inventarisatietraject. Zo willen ze ook instappen in een traject voor de inventarisatie van kapellen, wat in Diest reeds afgerond werd. De inventarisatie van het roerend erfgoed binnen de grotere kerken van Diest vallen hierdoor de eerste jaren uit de boot.
Verder bleek ook dat de € 150.000,00 die de Erfgoedcel ontvangt van Vlaanderen volledig naar personeelskosten gaat. De enige mogelijke subsidies voor projecten binnen de stad Diest zijn dus de bijdragen van de gemeenten zelf, waar Diest jaarlijks € 10.000,00 voor afdraagt. Projectsubsidies kunnen aangevraagd worden, maar er wordt vooral naar bovenlokale projecten gekeken. Probleem: het erfgoed van Diest heeft geen link met het erfgoed van andere gemeenten. De Merode zit nu eenmaal niet in het DNA van Diest.
De maandelijkse vergaderingen en de jaarlijkse betalingen lopen echter door maar zonder return. De dienst Erfgoed en Museum pleit dus voor een uitstap, zodat er meer tijd vrijkomt voor de eigen erfgoedwerking binnen Diest. Het jaarlijks budget zou ook nuttig gespendeerd kunnen worden aan extra personeel binnen de dienst zodat er meer tijd vrijkomt voor erfgoed in Diest, in plaats van voor het erfgoed van een brede regio zonder connectie met Diest.
Sinds de opstart van de cel bovenlokaal cultuurbeleid van de Merode zijn er weinig concrete projecten gerealiseerd. De cultuurdienst van de stad Diest is hier destijds ingestapt vanwege de boodschap die we van de Merode kregen: Een vergemakkelijking van culturele samenwerkingen tussen de aangesloten steden en gemeenten. Dit bleek echter niet het geval te zijn. Tijdens de zeer vele vergaderingen, waar de dienst cultuur van stad Diest aanwezig achtte te zijn en die veel tijd opslorpte, bleek dat er vooral veel input en ideeën werden gevraagd van onze dienst die weinig tot geen return opleveren. De projecten waar er eventuele interesse voor was bleken dan ook nog eens een grote meerkost te zijn ondanks ons betalend lidmaatschap. De projecten die naar voren geschoven werden door de werkgroep waren weinig innovatief of stonden reeds op de planning om zelf te realiseren binnen de eigen dienst cultuur.
De dienst lokaal cultuurbeleid pleit dus voor een uitstap, zodat er meer tijd en geld vrij komt voor de eigen projecten waar we zelf ook kunnen inzetten op een bovenlokaal karakter.
Gezien de stad Diest aan geen enkele deelwerking meer deelneemt, zou de stad ook graag uit de projectvereniging zelf stappen, maar het DLB (decreet lokaal bestuur) laat een vroegtijdige uitstap echter niet toe (art. 401 DLB).
Om geen verwachtingen te scheppen inzake een eventuele verlenging, wordt voorgesteld toch al duidelijk te maken dat we onze deelname aan deze IGS (intergemeentelijke samenwerking) niet zullen verlengen na 2025.
De gemeenteraad keurt het voorstel goed om deelname aan de projectvereniging De Merode niet te verlengen na 2025.