Gelet op de uitvoering van een overheidsopdracht voor de aanleg van fietspaden en rioleringswerken langsheen de gewestweg N725 Hasseltsebaan, fase 3 (Genevenne-Veugt)
Het betreft een samengevoegde opdracht ten laste van resp. het Vlaamse Gewest, de nv Aquafin en de Stad Diest, die elk als medefinancier instaan voor de werken die voor hun rekening werden uitgevoerd.
De Stad Diest werd aangeduid om in gezamenlijke naam bij de gunning en de uitvoering van de opdracht als aanbestedende overheid op te treden, in overeenstemming met artikel 19 van de wet van 24 december 1993.
Het Vlaamse Gewest trad in dit project enkel op als medefinancier. Het was via coördinatievergaderingen weliswaar op de hoogte van het verloop van de werken.
Er werd een uitgebreid bestek ter beschikking gesteld van de kandidaten.
Bij beslissing van 7 december 2009 werd de opdracht “Aanleg van fietspaden langsheen de Hasseltsebaan fase 3” gegund aan de NV AMBARO voor een bedrag van 2.825.13,09 EUR excl. btw of 3.277.234,57 EUR incl. btw.
De werken werden uitgevoerd ten laste van respectievelijk de Stad Diest, het Agentschap Wegen en Verkeer (afdeling Wegen en Verkeer Limburg) en Aquafin, die elk als medefinancier instaan voor de werken die voor hun rekening worden uitgevoerd.
De stad Diest treedt voor de gehele opdracht op als aanbestedende entiteit, belast met de opvolging van de opdracht.
Op 4 oktober 2010 richt NV AMBARO voor het eerst een schrijven aan de stad Diest waarin melding wordt gemaakt van een belangrijk rendementsverlies ingevolge omstandigheden buiten de wil van NV AMBARO om. De onkosten worden geraamd op € 76.000,00.
Op 20 oktober 2010 schrijft de stad dat de voorliggende berekening onvoldoende is om op degelijke manier te beoordelen. Zij vraagt een exacte becijfering met duidelijke verantwoording op te maken en ook een overzicht van de reeds uitgevoerde werken en de daarvoor nodige termijnen.
Op 18 maart 2011 richt NV AMBARO andermaal een schrijven aan de Stad Diest. In aanvulling op het schrijven van 4 oktober 2010 waarin toelichting wordt verschaft bij de vertraging en schade die NV AMBARO meent te hebben geleden. Zij meent een zeer belangrijk nadeel te hebben geleden bij de uitvoering van de gegunde rechten en maakt voor het eerst overeenkomstig artikel 16 AAV aanspraak op een schadeloosstelling van 207.602,53 EUR.
Bij schrijven van 20 april 2011 wordt de schadeclaim van NV AMBARO als onontvankelijk afgewezen.
Meer dan een jaar na afwijzing van de schadeclaim, op 3 juli 2012, maakt NV AMBARO een factuur over aan de stad ten belope van 207.602,53 EUR.
De factuur werd bij schrijven van 16 juli 2012 uitdrukkelijk betwist.
In werfverslag nr. 25 dd. 22 februari 2011 en bij schrijven van 23 februari 2011 wordt gemeld dat NV AMBARO de nodige acties zal ondernemen conform artikel 15 AAV indien de betalingen van AWV achterblijven.
Op 15 maart 2011 wordt in het dagboek der werken aangegeven dat NV AMBARO de werken zal vertragen ingevolge zijn brief van 23 februari 2012. Hij zal geen werken meer uitvoeren die ten laste zijn van AWV. Vanaf die datum wordt in het dagboek der werken steeds aangegeven dat er geen werken worden uitgevoerd ten laste van AWV.
Op 06 mei 2011 wordt vervolgens een PV van ingebrekestelling nr. 3 opgemaakt, waarin op 06 mei 2011 wordt vastgesteld dat NV AMBARO de werken heeft stilgelegd.
Bij schrijven van 23 september 2011 werd door NV AMBARO een voorstel van schadebegroting overgemaakt aan AWV Limburg ten belope van 287.404,15 EUR
Op 19 april 2013 is NV AMBARO overgegaan tot dagvaarding van de stad en het Vlaamse Gewest “om ten titel van schadevergoeding aan verzoekster te betalen de som van 207.602,53 EUR + 287.404,15 EUR = 495.006,68 EUR, te vermeerderen, overeenkomstig artikel 15,§4 AAV, met de vergoedende intresten berekend tegen de rentevoet van de marginale beslissingsfaculteit van de Europese Centrale Bank verhoogd met 1,5% vanaf 4/10/2010 op 207.602,53 EUR en vanaf 23/09/2011 op 287.404,15 EUR, telkens tot op de dag der algehele betaling en de gerechtelijke intresten”.
Bij vonnis van 05 september 2014 werd de stad veroordeeld tot betaling aan NV AMBARO van het bedrag van 114.829,29 EUR provisioneel wegens de betalingsdiscussie tussen NV AMBARO en het Vlaamse Gewest, en werd het Vlaamse Gewest veroordeeld om de stad desbetreffend te vrijwaren.
In datzelfde vonnis werd er een deskundig onderzoek bevolen teneinde de rechtbank te adviseren over de omvang van de schade geleden door NV AMBARO op de werf in opdracht van de stad Diest, enerzijds voor verlies wegens rendementsverlies in de periode van 14 juni 2010 tot 20 oktober 2010 en anderzijds door het stilleggen van de werf in de periode van 06 mei 2011 tot 20 juni 2011.
Het deskundig onderzoek is op heden nog niet beëindigd, weze het dat de gerechtsdeskundige op 27 februari 2021 zijn voorverslag aan partijen heeft overgemaakt.
Partijen zijn onderhandelingen opgestart met het oog op een dading.
Overwegende dat, uitgaande van voormelde feitelijke antecedenten, de stad Diest, het Vlaamse gewest en NV AMBARO een dading sluiten met betrekking tot de vordering van NV AMBARO ex artikelen 15 en 16 AAV zoals vervat in de dagvaarding van 19 april 2013, en dit door middel van wederzijdse toegevingen.
Gelet op het akkoord van de NV AMBARO.
Overwegende dat het definitief akkoord van het Vlaamse gewest nog dient te worden afgewacht.
Gelet op de dadingsovereenkomst als bijlage aan dit besluit en hiervan integraal deel uitmakend
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
De wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 15
Het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, en latere wijzigingen
Het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 3, § 1
De algemene aannemingsvoorwaarden, opgenomen in de bijlage bij voormeld besluit van 26 september 1996, en latere wijzigingen
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 7 december 2009 betreffende de opdracht "aanleg van fietspaden en riolering langsheen de Hasseltsebaan-deel 3" houdende goedkeuring van de gunning aan Ambaro NV
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 9 mei 2011 waarbij besloten werd om meester Hans-Kristof Careme aan te stellen om de stad te verdedigen inzake het rechtsgeding Ambaro NV/Stad Diest-rendementsverliezen
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018
Het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van 17 juni 2019, houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 13 april 2021 betreffende de opdracht " Aanleg van fietspaden en riolering langsheen de Hasseltsebaan-deel 3" houdende het akkoord om aan de raadsman van de stad, de heer Hans-Kristof Careme mandaat te verlenen om over een dading te onderhandelen.
De dadingsovereenkomst tussen de stad Diest, het Vlaamse gewest en de N.V. AMBARO goed te keuren.
De voorzitter van de gemeenteraad en de algemene directeur te machtigen tot ondertekening van de dading.