De wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek
De goedkeuring door de gemeenteraad van 31 mei 2021 van een recht van opstal voor 99 jaar aan het AZ Diest voor het perceel Diest, 1e afd., sectie A, nr. 1338w/deel in het kader van de realisatie van het nieuwe ziekenhuis
De principiële goedkeuring door het college voor burgemeester en schepenen van 13 september 2021 van een hypothecaire inschrijving/volmacht op het recht van opstal betreffende de overdracht van de site Verversgracht aan het AZ Diest in het kader van de realisatie van een nieuw ziekenhuis, fase 1
De goedkeuring door de gemeenteraad van 27 september 2021 van een hypothecaire inschrijving/volmacht op het recht van opstal betreffende de overdracht van de site Verversgracht aan het AZ Diest in het kader van de realisatie van een nieuw ziekenhuis, fase 1
De principiële goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen van 28 oktober 2021 van een wijziging in de modaliteiten van het recht van opstal
Op 31 mei 2021 ging de gemeenteraad akkoord om het perceel Diest, 1e afd., sectie A, nr. 1338w/deel (site Verversgracht, fase 1) ter beschikking te stellen aan het AZ Diest voor de realisatie van het nieuwe ziekenhuis. Er werd geopteerd voor een recht van opstal voor 99 jaar. De gemeenteraad van 27 september 2021 keurde de ontwerpakte goed. Op dat ogenblik was de inhoud van het bodemattest nog niet gekend.
Op 26 oktober 2021 werd notarissenassociatie Bogaerts - De Ceunynck gecontacteerd door de OVAM met de mededeling dat er een verkennend onderzoek loopt naar een mogelijke PFAS-vervuiling op de site, ter hoogte van de voormalige brandweerkazerne. De resultaten van dit onderzoek zijn nog niet bekend. Het is mogelijk dat hieruit verdere verplichtingen naar boven komen, zoals het uitvoeren van een beschrijvend onderzoek en eventueel een sanering. Het AZ Diest vraagt daarom om een vrijwaringsclausule op te nemen in de akte, waarbij de Stad alle eventuele kosten m.b.t. de noodzakelijke studies, saneringen en gevolgschade op zich neemt.
Aangezien het hier gaat om mogelijke verontreinigingen waarvoor vaststaat dat het AZ Diest er niet verantwoordelijk voor is, kunnen deze niet ten laste worden gelegd van het AZ Diest. Het bodemdecreet bepaalt duidelijk wat in zulke gevallen de te volgen procedure is. Eveneens wordt de kennisname van het PFAS-onderzoek expliciet opgenomen in de akte. In overleg met onze raadsman wordt voorgesteld om de volgende clausule toe te voegen:
“1) De opstalgever verklaart dat de grond voorwerp van onderhavige akte bij zijn weten een risicogrond is. Daarmee wordt bedoeld dat op deze grond risico-inrichtingen gevestigd zijn of geweest zijn, zoals fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen, machines, installaties, toestellen en handelingen die een verhoogd risico op bodemverontreiniging kunnen inhouden en die voorkomen op de lijst door de Vlaamse Regering opgesteld in overeenstemming met artikel 6 van het Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming.
Ondergetekende notaris informeert partijen dat er heden een verkennend bodemonderzoek hangende is rond PFAS- vervuiling in de voormalig brandweerkazerne, waarvoor de onderzoeksresultaten nog niet gekend zijn.
De opstalgever verklaart de opstalhouder te zullen vrijwaren voor de schade die zij ondervindt ingevolge de PFAS-vervuiling en/of andere bodemverontreiniging die reeds aanwezig was voor de datum van ondertekening van onderhavige akte en die tot een verplichte bodemsanering zou aanleiding geven, in het bijzonder doch beperkt tot de voorfinanciering van alle noodzakelijke studies en van de vereiste bodemsaneringen.”
2) De opstalhouder verklaart, voor het geval bij het afsluiten van onderhavige overeenkomst en vóór het verlijden van de notariële akte de verplichtingen die opgelegd zijn door artikel 101, paragraaf 1 en 2 van genoemd Decreet, niet of niet volledig zouden nageleefd zijn, hij uitdrukkelijk verzaakt aan alle nietigheidsvorderingen die hij om die redenen zou kunnen instellen.”
De gemeenteraad gaat akkoord met de opname van een vrijwaringsclausule met betrekking tot de vastgestelde bodemverontreinigingen:
“1) De opstalgever verklaart dat de grond voorwerp van onderhavige akte bij zijn weten een risicogrond is. Daarmee wordt bedoeld dat op deze grond risico-inrichtingen gevestigd zijn of geweest zijn, zoals fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen, machines, installaties, toestellen en handelingen die een verhoogd risico op bodemverontreiniging kunnen inhouden en die voorkomen op de lijst door de Vlaamse Regering opgesteld in overeenstemming met artikel 6 van het Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming.
Ondergetekende notaris informeert partijen dat er heden een verkennend bodemonderzoek hangende is rond PFAS- vervuiling in de voormalig brandweerkazerne, waarvoor de onderzoeksresultaten nog niet gekend zijn.
De opstalgever verklaart de opstalhouder te zullen vrijwaren voor de schade die zij ondervindt ingevolge de PFAS-vervuiling en/of andere bodemverontreiniging die reeds aanwezig was voor de datum van ondertekening van onderhavige akte en die tot een verplichte bodemsanering zou aanleiding geven, in het bijzonder doch beperkt tot de voorfinanciering van de vereiste bodemonderzoeken en eventuele andere noodzakelijke studies ter voorbereiding van de sanering, en van de vereiste bodemsaneringen.”
2) De opstalhouder verklaart, voor het geval bij het afsluiten van onderhavige overeenkomst en vóór het verlijden van de notariële akte de verplichtingen die opgelegd zijn door artikel 101, paragraaf 1 en 2 van genoemd Decreet, niet of niet volledig zouden nageleefd zijn, hij uitdrukkelijk verzaakt aan alle nietigheidsvorderingen die hij om die redenen zou kunnen instellen.”
De ontwerpakte in bijlage wordt definitief goedgekeurd.