De grondwet: artikelen 41, 162 en 170§4
Het decreet van 20 april 2001 over de organisatie van het personenvervoer over de weg (Taxidecreet) en latere wijzigingen
Het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 over de taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder
Het decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen
Het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2013 over de belasting op de exploitatie van een taxidienst
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017: artikelen 285, 286 en 287 over de bekendmaking en inwerkingtreding van besluiten en hun inhoud
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit
Steden en gemeenten staan in voor het afleveren van de vergunningen voor de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder (VVB) en moeten de uitgereikte vergunningen vervolgens ook controleren en zorgen voor voldoende taxistandplaatsen.
Een taxivergunning wordt uitgereikt door de stad/gemeente waar de taxi-uitbater wenst te rijden en geldt alleen voor het grondgebied van de stad/gemeente die de vergunning aflevert. Als een taxiuitbater in meerdere gemeenten zijn diensten wil aanbieden, moet hij in al die gemeenten een taxivergunning aanvragen. Het staat iedere stad/gemeente vrij om het verlenen van taxivergunningen op haar grondgebied te belasten. Het VVB verschilt van taxidiensten doordat de dienst voor minstens drie uur ingehuurd wordt en op basis van een overeenkomst. Een VVB-vergunning wordt uitgereikt door de stad/gemeente waar de exploitatiezetel van de uitbater gevestigd is, maar geldt meteen voor heel Vlaanderen. De uitgereikte VVB-vergunning wordt verplicht door de stad/gemeente belast tegen een tarief dat opgelegd is in de Vlaamse regelgeving. Door een uniform tarief op te leggen in alle steden/gemeenten, wilde de decreetgever ‘belastingshoppen’ tegengaan. Het decreet op het personenvervoer legt een belasting van 250,00 euro (+ indexering) op per kalenderjaar per vergund voertuig.
Als eenzelfde voertuig zowel ingezet wordt voor het VVB als voor taxidiensten, is de vergunninghouder zowel de belasting op de VVB-vergunning verschuldigd als de gemeentelijke belasting op de taxivergunning.
Omdat het huidig belastingreglement eindigt op 31 december 2019 en wegens de financiële toestand van de stad is het aangeraden om hierover opnieuw te beraadslagen.
De gemeenteraad keurt het bij dit besluit gevoegde belastingreglement “Belasting op de exploitatie van een taxidienst en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder" goed.