De grondwet: artikelen 41, 162 en 170§4
Het koninklijk besluit van 7 november 1978 houdende de vaststelling van het gewestplan Aarschot-Diest
Het decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen
Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
Het besluit van de gemeenteraad van 16 juni 2014 over de belasting op tweede verblijven
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017: artikelen 285, 286 en 287 over de bekendmaking en inwerkingtreding van besluiten en hun inhoud
Een tweede verblijf wordt regelmatig bewoond waardoor de bewoner mee geniet van de inspanningen die de stad voorziet inzake onderhoud van het openbaar domein en groenaanplantingen in het algemeen.
De bewoner van een tweede verblijf draagt niet bij in de algemene financiering van deze kosten en daarom past het om deze persoon op een andere manier te doen bijdragen in de algemene lasten die de stad draagt. De stad Diest levert belangrijke inspanningen aan de volledige gemeentelijke infrastructuur en gemeenschappelijke diensten, ook in zones waar tweede verblijven gesitueerd zijn.
Niet-permanent bewoonde eigendommen geven aanleiding tot een grotere zorg voor de veiligheid, het milieu en de openbare ruimte, wat zijn financiële weerslag op het stadsbudget heeft.
Omdat er een verschil bestaat tussen een tweede verblijf in woongebied en een tweede verblijf in een recreatiegebied, is er een gedifferentieerd belastingtarief. Het belastingtarief wordt bepaald door de zone waarin het tweede verblijf krachtens de bepalingen van het gewestplan, zoals omschreven in artikel 4 van het belastingreglement, gelegen is.
Omdat het belangrijk is om de screening van tweede verblijven en leegstaande woningen op elkaar af te stemmen, worden er een aantal indicaties van tweede verblijf opgenomen in het belastingreglement. Zo kan er beter gemotiveerd worden of een pand nu als tweede verblijf of als leegstaande woning wordt beschouwd.
Ook de omschrijving van de belastingplichtige wordt uitgebreid. Het wordt niet de eigenaar maar de zakelijk gerechtigde die de belasting verschuldigd is. Zo is het logischer om de vruchtgebruiker te belasten in plaats van de naakte eigenaar. De vruchtgebruiker heeft immers het genot van het tweede verblijf en hij alleen heeft de juridische bevoegdheid om het tweede verblijf te gebruiken of te verhuren.
Omdat het huidig belastingreglement eindigt op 31 december 2019 en wegens de financiële toestand van de stad is het aangeraden om hierover opnieuw te beraadslagen.
De gemeenteraad keurt het bij dit besluit gevoegde belastingreglement “Belasting op tweede verblijven" goed.