De goedkeuring door de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 augustus 2016 van het model van erfpachtovereenkomst voor leegstaande panden
De goedkeuring door de raad voor maatschappelijk welzijn van 18 mei 2017 van het model van erfpachtovereenkomst voor renovatiehuurders.
Art. 8.1 van de huidige erfpachtovereenkomst voorziet:
"De Erfpachter verbindt er zich toe om voormelde werken uit te voeren binnen volgende termijnen:
- alle premiegerechtigde werken dienen volledig afgerond te zijn uiterlijk binnen de twee (2) jaar na de machtiging daartoe van het Agentschap Onroerend Erfgoed, met dien verstande dat de Erfpachter de aanvraag tot het bekomen van die machtiging uiterlijk binnen de twee (2) jaar na de ondertekening van deze Overeenkomst moet indienen bij het Agentschap Onroerend Erfgoed. Deze termijn geldt ook voor niet-premiegerechtigde werken die onlosmakelijk verbonden zijn aan de uitvoering van premiegerechtigde werken;
- alle niet-premiegerechtigde werken, met uitzondering van werken die onlosmakelijk verbonden zijn aan de uitvoering van premiegerechtigde werken, dienen volledig afgerond te zijn uiterlijk binnen de (2) jaar na de ondertekening van deze Overeenkomst."
Bij de opmaak van deze modelovereenkomst werd ervan uit gegaan dat de erfpachters werken met een standaardpremie van Onroerend Erfgoed. Dit betekent dat men één premieaanvraag doet voor alle werken. De voordelen hiervan zijn dat men maar één premieaanvraag moet indienen en dat er geen limiet is op het bedrag. Het nadeel is evenwel dat men op een wachtlijst komt te staan voor de toekenning van de premie, met als gevolg dat de werken lange tijd stilliggen. In de praktijk maken erfpachters dan ook eerder gebruik van de bijzondere premie, die op korte termijn wordt goedgekeurd, maar waar het bedrag is gelimiteerd tot 2x € 25.000,00 per jaar (voor binnen- resp. buitenwerken).
Met de voorziene termijnen uit art. 8.1 (max. 2 jaren) betekent dit dat een erfpachter tot max. 2x € 50.000,00 (voor binnen- resp. buitenwerken) aan werken kan indienen voor een premieaanvraag.
Het OCMW ontving hierover een mail van een kandidaat-erfpachter, die vraagt of het niet mogelijk is om deze termijn op te trekken tot vijf jaren. De dienst Patrimonium stelt voor om hiermee akkoord te gaan omwille van de volgende redenen:
Het art. kan als volgt worden gewijzigd:
"De Erfpachter verbindt er zich toe om voormelde werken uit te voeren binnen volgende termijnen:
- alle premiegerechtigde werken dienen volledig afgerond te zijn uiterlijk binnen de twee (2) jaar na de machtiging daartoe van het Agentschap Onroerend Erfgoed, met dien verstande dat:
Deze termijnen gelden ook voor niet-premiegerechtigde werken die onlosmakelijk verbonden zijn aan de uitvoering van premiegerechtigde werken;
- alle niet-premiegerechtigde werken, met uitzondering van werken die onlosmakelijk verbonden zijn aan de uitvoering van premiegerechtigde werken, dienen volledig afgerond te zijn uiterlijk binnen de (2) jaar na de ondertekening van deze Overeenkomst."
Aangezien deze wijziging een versoepeling van de voorwaarden voor de erfpachters betreft, is het volgens notaris Arnauts mogelijk om deze aanpassing te doen door middel van een addendum aan de bestaande erfpachtovereenkomsten, zonder notariële tussenkomst. Er zijn dus geen kosten aan verbonden voor de bestaande erfpachters. Voor nieuwe erfpachtovereenkomsten worden deze bepalingen rechtstreeks in de overeenkomst opgenomen.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord met de wijziging van art. 8.1 van de erfpachtovereenkomsten, zoals opgenomen in het addendum voor bestaande erfpachtovereenkomsten en de nieuwe overeenkomsten in bijlage.