Bij de herzieningen van de dossiers van de aanvullende thuiszorg heeft de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg vastgesteld dat er een discongruentie is ontstaan tussen de bijdrage voor de gebruikers van dienstencheques en de bijdrage van de gebruikers van de aanvullende thuiszorg.
De gebruikers van de aanvullende thuiszorg betalen een lage bijdrage omdat deze dienst voorbehouden is voor gebruikers met een laag inkomen.
Nu blijkt echter dat deze gebruikers meer betalen dan de gebruikers van dienstencheques na aftrek belastingen.
Het is dan ook logisch dat de momenteel gebruikte bijdrageschalen voor de aanvullende thuiszorg moeten worden herbekeken en aangepast.
Het woonzorgdecreet van 13 maart 2009
Het ministerieel besluit van 26 juli 2001 tot vaststelling van het bijdragesysteem voor de gebruiker van gezinszorg
Het besluit van het bijzonder comité van de sociale dienst van 29 april 2014 over de aanpassing bijdragen aanvullende thuiszorg
Het besluit van het bijzonder comité van de sociale dienst van 13 februari 2018 over de bijdragebepaling van de aanvullende thuiszorg gelijkschakelen met de regelgeving van de bijdragebepaling van de gezinszorg maar een minimumbijdrage van € 4 toepassen
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord dat de gehanteerde schaal voor de bijdragebepaling voor de gebruikers van de dienst voor gezinszorg ook gebruikt wordt voor de bijdragebepaling voor de gebruikers van de aanvullende thuiszorg en dit voor 1 jaar met nadien een evaluatie.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord dat de minimumbijdrage per uur voor de gebruikers van de aanvullende thuiszorg vastgelegd wordt op € 4,00 en dit voor 1 jaar met nadien een evaluatie.