De grondwet: artikelen 41, 162 en 170§4
Het decreet van 13 december 2013 over de Vlaamse Codex Fiscaliteit, en latere wijzigingen
Het decreet van 18 november 2016 over de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies
Het wetboek Inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en latere wijzigingen: artikel 464,1°
Het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2013 over de heffing van 1560 opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019
Omzendbrief BB 2017/3 van 14 juli 2017, gewijzigd op 6 oktober 2017
De onroerende voorheffing is een gewestbelasting, gevestigd op het kadastraal inkomen van onroerende goederen: gronden, woningen, gebouwen en sommige bedrijfsuitrusting.
Gemeenten en provincies vestigen opcentiemen op de gewestelijke basisbelasting.
Door de wijziging van artikel 2.1.4.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit stijgt de basisheffing van de onroerende voorheffing in het Vlaams Gewest vanaf het aanslagjaar 2018 van 2,5% naar 3,97% van het kadastraal inkomen. Omdat de gemeentelijke opcentiemen geheven worden op de Vlaamse basisheffing, heeft een verhoging van de basisheffing in gelijke mate ook een impact op de opbrengst van de gemeentelijke opcentiemen.
Artikel 31 van het decreet van 18 november 2016 legt de steden/gemeenten op om hun opcentiemen aan de gewijzigde situatie aan te passen. Door artikel 2.1.4.0.2, §2, tweede lid van de Vlaamse Codex Fiscaliteit zijn de gemeenten verplicht om hun gemeentelijke opcentiemen als volgt aan te passen: "Voor iedere gemeente van het Vlaamse Gewest mag het tarief, vermeld in artikel 2.1.4.0.1, op zichzelf de opbrengst van de gemeentelijk opcentiemen van het aanslagjaar waarin dit artikel in werking treedt niet verhogen ten opzichte van het vorige aanslagjaar”.
In de omzendbrief BB 2017/3 werd gesteld dat voor de omrekening van de gemeentelijke opcentiemen van 2017 naar 2018 concreet moet worden uitgegaan van een omrekeningsfactor van 1,5897, een factor die eerder ook werd opgenomen in de Memorie van Toelichting bij het bovenvermelde decreet van 18 november 2016 tot afslanking van de provincies.
Op 25 september 2017 keurde de gemeenteraad het aantal opcentiemen op de onroerende voorheffing goed voor de aanslagjaren 2018 en 2019. Zo werd het aantal gemeentelijke opcentiemen vastgesteld op 981. Er werd rekening gehouden met de omrekeningsfactor 1,5897 zoals deze werd meegedeeld in de Memorie van Toelichting bij het decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en de gewijzigde financiering van de provincies en de omzendbrief BB 2017/3 van 14 juli 2017 betreffende de aanpassing van de meerjarenplannen 2014-2019 en de budgetten 2018 (begrotingsinstructies lokale en provinciale besturen).
De omzendbrief BB 2017/3 werd gewijzigd op 6 oktober 2017. De omrekeningscoëfficiënt werd gecorrigeerd naar 1,588. Die omrekeningsfactor is gebaseerd op het niet afgeronde percentage nieuwe Vlaamse basisheffing van 3,9743%. De in de budgetinstructies opgenomen omrekeningsfactor is dus iets te hoog en zou leiden tot een lichte daling van de gemeentelijke ontvangsten uit de OOV. Een omrekeningsfactor berekend op basis van de in de Vlaamse Codex Fiscaliteit opgenomen nieuwe Vlaamse basisheffing van 3,97% (en dus niet 3,9743%) komt iets lager uit, met name 1,588 (= 3,97/2,5) en leidt tot iets meer inkomsten voor de stad, maar vrijwaart op maximale wijze het budgetneutrale karakter van deze omzettingsoperatie. De nieuwe gehanteerde omrekeningsfactor vloeit dus voort uit een meer correcte interpretatie van de tekst van het decreet zelf en sluit ook beter aan op de omrekening van de Vlaamse basisheffing.
Het agentschap binnenlands bestuur heeft de stad ook per mail er op gewezen dat:
(...), opdat er volledige overeenstemming zou zijn met de bepalingen van het decreet van 18 november 2016, het goedgekeurde gemeenteraadsbesluit van 25 september 2017 moet worden aangepast/gewijzigd zodat het correcte aantal opcentiemen wordt vastgesteld, gebruik makend van de correcte omrekeningsfactor 1,588. Het strekt de gemeente bovendien tot voordeel om de juiste omrekeningsfactor te gebruiken. Er zal immers een grotere belastingopbrengst zijn dan met de factor 1,5897. (...).
De stad Diest zal bijgevolg 982 opcentiemen heffen, namelijk 1560 opcentiemen gedeeld door 1,588.
Rekening houdend met de financiële toestand van de stad.
De gemeenteraad keurt het bij dit besluit gevoegde reglement “Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing " goed.
Het belastingreglement "Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing" wijzigt het raadsbesluit van 25 september 2017 met ingang van 1 januari 2018.
Dit besluit wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.